Voor dit experiment werd volgende werkwijze gevolgd

Voor dit experiment werd volgende werkwijze gevolgd:
? Het kleistaal in de vorm van een balk met afmetingen (L X B X H = 25 cm X 3 cm * 3 cm) wordt op een houten drager geplaatst (hout is een goede isolator).
? Onder het ene uiteinde wordt een brandende paraffinekaars geplaatst
? Op 5 cm en 15 cm (dus op een afstand van 10 cm van elkaar) van de kaarsvlam wordt een markering geplaatst om later temperatuurmetingen uit te voeren
? Met een digitale thermometer wordt de temperatuur van het water gemeten, tot op 0.1 graad Celsius nauwkeurig. Deze meeting wordt uitgevoerd net voordat de klei uit de oven gehaald wordt voor de derde en laatste temperatuursmeting.

? Na 10 minuten wordt de temperatuur in het midden van de kleistaaf op de maatpunten van 5 cm en dat van 15 cm gemeten. Met deze twee temperaturen kan de berekening van de flux uitgevoerd worden. Deze 10 minuten zijn belangrijk omdat we de energie moeten berekenen die de paraffinekaarsvlam op 10 minuten produceert.
De warmtegeleidingscoëfficiënt van de klei kan dan berekend worden uit dit temperatuur-verschil, het oppervlak van de kleinste zijkant van de klei balk. Aangezien we een tijdson-afhankelijke proef uitvoeren is enkel het temperatuurverschil over de afstand tussen de twee meetpunten van belang (we gebruiken enkel een tijdskader van 10 minuten om te weten hoeveel energie aan de klei afgestaan is).